Historie

Historie
De historie van het merk Keltum begint bij het eeuwenoude Koninklijke Van Kempen & Begeer. Koninklijke van Kempen & Begeer kenmerkt zich enerzijds door het door de eeuwen heen vervaardigde ambachtelijke vakmanschap, anderzijds door moderne, eigentijdse producten en productietechnieken. De basis voor Koninklijke Van Kempen & Begeer werd gelegd in 1777, toen Johannes Mattheüs van Kempen in de leer ging om zilversmid te worden.

Johannes Mattheüs van Kempen werd in 1789 als meester opgenomen in het gilde waarmee hij zijn eigen meesterteken mocht voeren. De start van een eeuwenlange traditie in vakmanschap was een feit toen ook zijn zonen Pieter Johannes en Johannes Mattheüs voor het zilvervak kozen. Bij de opening van een nieuwe fabriek in Voorschoten in juni 1858 ontving het bedrijf van Koning Willem III het predicaat "Koninklijk”. Door van tijd tot tijd de hand te leggen op ambachtelijke specialisten die een nieuwe vaardigheid of werkwijze in Voorschoten konden introduceren, breidde Van Kempen zijn organisatie steeds verder uit. Zo ontstond het Engelse systeem om lepels en vorken te maken.

Het bedrijf was inmiddels toe aan export en hiertoe werden internationale kantoren geopend. Daarnaast behoorde Nederlands-Indië tot een van de grootste afzetgebieden. Na de dood van J.M. van Kempen III in 1877 werd zijn jongste zoon J.M. van Kempen IV de leider van het bedrijf. De zaak was inmiddels uitgegroeid tot een industrieel bedrijf. In 1936 werden de eerste verzilverde artikelen geproduceerd onder de naam Keltum. Koninklijke Van Kempen & Begeer en Keltum bieden u tot op de dag van vandaag kwaliteit en raffinement door vakmanschap, modern design en eigentijdse productietechnieken te combineren.